Showing posts with label nederlands. Show all posts
Showing posts with label nederlands. Show all posts
Tuesday, 29 January 2019
Duizenden onderzoeken naar onderwijs in één keer
Er zijn online een aantal fascinerende tools beschikbaar die voortvloeien uit de "what works"-beweging - met het idee dat je door zoveel mogelijk onderzoek overzichtelijk samen te brengen, in één oogopslag kan zien wat er bewezen resultaat heeft en wat niet. Een heel goed voorbeeld daarvan is deze Teaching and Learning Toolkit van het Education Endowment Fund.
Wat je op die pagina ziet is een samenvatting van een aantal verschillende maatregelen die in het onderwijs worden toegepast (het gaat hierbij om basis- en voortgezet onderwijs). Per maatregel wordt aangegeven hoeveel die kost om in de praktijk te brengen, hoe solide het beschikbare onderzoek over dat onderwerp is, en de verwachtte impact van die maatregel gegeven in maanden vooruitgang die daarmee geboekt worden ten opzichte van kinderen die de maatregel niet hebben gehad. Als je op de maatregel klikt zie je uitleg en een aantal dingen om te overwegen bij de implementatie.
Een aantal dingen vallen op. Er zijn maar twee maatregelen die een bewezen negatieve impact hebben, maar allebei worden die in Nederland veelvuldig toegepast. De meest dramatische daarvan is doubleren, waarvan aangegeven wordt dat het heel veel kost, dat leerlingen die blijven zitten hun peers die wel overgaan nooit meer in kunnen halen, en dat het ongelijkheid vergroot. Het advies dat EEF geeft is om in plaats van doubleren andere methoden in te zetten die goedkoper zijn, zoals één-op-één-begeleiding. (Nog meer info: een artikel hierover in de Tubantia en een verdiepende uitleg op Wij-leren.nl)
De andere maatregel met negatieve impact is wat hier wordt omschreven als "Setting" en "streaming", wat inhoudt dat mensen worden ingedeeld in klassen op basis van hun niveau - in Amerika heb je bijvoorbeeld "gewone" Algebra II en Algebra II Honours, en in Nederland een nog veel extremer model met vmbo, havo en vwo. Volgens het EEF heeft dat wel een klein positief effect voor mensen die sowieso al hoge resultaten halen, maar ook een klein negatief effect voor mensen die middelhoge of lage resultaten halen. Gemiddeld heeft het dus een klein negatief effect, met name ook op het zelfvertrouwen en op mensen hun groeimentaliteit: het idee dat je resultaten kan veranderen door moeite te doen. Het advies van EEF is om de leerlingen hoogstens binnen de klas in groepjes in te delen die dan aparte instructie krijgen. Daarnaast is er met meer op de leerling gestuurde instructie, in plaats van klassikaal onderwijs, sowieso veel terrein te winnen. (klik haha) (Tevens een kritische noot hiero, op basis waarvan de EEF hun informatie naar het schijnt heeft aangepast)
Maatregelen die wel een heel positief effect hebben zijn het geven van feedback (ligt voor de hand), specifieke instructie over leerstrategieën (leren leren) en begrijpend lezen en alles wat daarmee te maken heeft (literacy). Maar het is interessant om te zien dat de overgrote meerderheid van de onderzochte initiatieven een positieve impact heeft.
Onderzoek zoals dit is gaaf: het kan dat dit nu pas echt mogelijk is, nu er over veel maatschappelijke onderwerpen enkele tientallen jaren aan onderzoek is gedaan wat met elkaar vergeleken kan worden. Ik ben benieuwd of het ministerie van OCW in Nederland ook bekend is met dit soort resultaten en of er binnen het Nederlandse systeem wat mee gedaan gaat worden.
Monday, 24 April 2017
Valkskrantstukje, hier herpost ter kopijbevordering
Carrièrestappen
die ik heb overwogen sinds Augustus 2016
Op een berg bij Vélez-Málaga met Kathy. Foto genomen door Stefan.
Schrijver
van een boek over hoe normen veranderen
Tijdens
het afronden van mijn studie in Luxemburg klampte ik me verwoed vast
aan deze droom: om daarna een jaar in Belfast een boek te gaan
schrijven waarin ik algemene taalkundige inzichten in hoe taal
verandert wilde combineren met mijn persoonlijke inzicht dat taal
en normen
niet zo heel veel van elkaar verschillen, door dus
taalveranderingstheorie op normen toe te passen. Dit zou een
wereldschuddend boek worden en beginnen met een analyse van een
etiquetteboekje uit de jaren vijftig-zestig wat ik in het Valkenest
tegen was gekomen (over o.a. de vraag of je je hoed af moet nemen, of
alleen maar knikken, en zoja naar wie, als je als heer alleen een
verloofd stel tegenkomt bij het wandelen.) In Belfast aangekomen
bleek echter dat ik helemaal geen zin had om me een jaar binnen op te
sluiten om academisch geneuzel te typen op mijn computer, nadat ik me
net van mijn masterscriptie had bevrijd. Dit idee blijft welzeker op
de lange baan, als ik ooit bijv. een aantal weken ingesneeuwd geraak.
SROI-onderzoeker
bij Gauge NI
Sinds
ik bij de algemene ledenvergadering 2012 van MindWise in het Belfast
Castle (een gelegenheid met veel heliumballonnen aan verzwaarde
lintjes, waarbij ik indruk op mijn baas maakte doordat één van de
schizofrene cliënten speciaal naast mij wilde zitten en aanbood om
voor me op te scheppen) een evaluatieverslag van één van de
initiatieven van de organisatie doorbladerde, was ik al een groot
fan, namelijk van de externe organisatie die in opdracht van MindWise
het verslag had verzorgd. Wat een mooie formatting, wat een goede
indicators. Gauge NI: een organisatie die enkel als functie heeft om
het werk van andere goede doelen beter en effectiever te maken!
Terug
in Belfast heb ik ze dus gemaild om te zeggen dat ik hun grootste fan
was en dat ik me aan wilde sluiten. Nu bleek dat juist in die week de
voormalige hoofdman afscheid had genomen, waarmee de organisatie nog
welgeteld één medewerker over had, die alles zelf moest doen. Dat
leek me een topgelegenheid om mij aan te nemen om de gelederen te
sterken, maar ik geloof dat men daar zelf anders over dacht; ik mocht
mee naar een informatiepraatje voor CEOs (alwaar ik per ongeluk
versgeperste sinaasappelsap op mijn jurk morste en wel twee !! warme
broodjes in mijn jaszakken wist te proppen voor later) en ik mocht
wat briefenquêtes uittikken, maar daar bleef het bij. Het laatste
nieuws wat ik heb meegekregen is dat ze erover denken om Gauge nu
überhaupt te sluiten; waarom is mij niet helder.
Bank
Staff Support Worker bij de NOW group
Gauge
NI is onderdeel van een grotere organisatie, namelijk de NOW group,
een goed doel dat zich inzet voor zwakbegaafde en licht verstandelijk
gehandicapte mensen, door middel van opleidingen, stageplekken,
persoonlijke carrièrebegeleiders, dagbesteding en sociale
bijeenkomsten. Om dichter bij Gauge te komen, mezelf de organisatie
binnen te werken als het ware, was mijn idee om een tijdje
vrijwilligerswerk bij de NOW group te gaan doen – dan had ik in elk
geval contact met de juiste mensen, dan kenden ze mijn gezicht. Ik
ben blij dat ik me bij de organisatie heb aangesloten in die zin dat
het echt interessant werk was. Ik zat wekelijks bij de
trainingsessies Career Planning, waar ik me tussen de cliënten
mengde en gedurende de les in de gaten hield of ze het allemaal
konden volgen en nog leuk vonden; er was bijvoorbeeld een jongen die
niet kon schrijven, maar die wel dol op rap was, en een man die in de
bouw had gewerkt en die nu landschapsfotograaf wilde worden, en een
jongen die voor een opdracht zijn moeder had geïnterviewd over hoe
het is om in een kantoor te werken. Op een gegeven moment is deze
positie omgezet in een baantje, namelijk een nul-uren-contract om op
oproepbasis hetzelfde soort werk te doen, maar daarna heb ik nooit
meer wat van de organisatie gehoord: daadwerkelijk nul uren.
Research
& Insight Officer bij de nieuwe Controlled Schools Support
Council
De
onderwijsstructuur in Noord-Ierland is recent flink omgegooid. Er is
een onderscheid tussen het bestuur van katholieke en protestantse
(hoe kan het ook anders) scholen; de protestantse werden namelijk
door de regering gerund, maar de katholieke scholen hadden zich van
de staat afgescheiden en werden door de Maintained Schools Council
geleid – en die doen het dus al tijden veel beter. Nu is er ook
voor protestantse scholen een dergelijke council opgericht, en daar
hadden ze in één keer een heel bataljon personeel voor nodig. Onder
de beschikbare posities was er deze, om te kijken welke cijfers de
scholen zelf allemaal hadden bijgehouden, en om dat samen te brengen,
voort te zetten en uit te breiden. Ik heb het tot het eerste
sollicitatiegesprek gehaald, wat een hele officiële ervaring was in
een mooi gebouw. Het was een droomrit op de fiets vanaf mijn huis,
het hele end langs de rivier de Lagan, en ik wilde het baantje erg
graag, maar ik geloof niet dat ze erg onder de indruk waren van mijn
stellige bewering dat ik “betrokken” was geweest bij de
ontwikkeling van digitale cursusevaluatie op de universiteit
Luxemburg (ik had de nieuwe app uitgeprobeerd in ruil voor een
Amazon-voucher).
Statistics
Officer bij de Northern Ireland Statistics Agency
In
voorbereiding op de positie hierboven was ik vast begonnen mijn
statistiekkennis op te krikken aan de hand van Khan academy, een boek
van Andy Field met plaatjes en een serie R-tutorials. Een vriendin
van mij werkt bij NISA en suggereerde dat ik daar ook kon
solliciteren, hoewel ze het er zelf niet erg leuk vond; ze zei dat ze
niet aan echte statistiek
toekomt, maar dat ze voornamelijk de hele dag frequenties zit te
tellen, hoeveel mensen er in bepaalde bevolkingssegmenten
zitten. Ik heb bij NISA geïnformeerd, maar ik kwam kwalificaties
tekort, en ze reageerden nogal bits toen ik vroeg naar de specifieke
diploma’s die ik zou kunnen halen om alsnog in aanmerking te komen.
Misschien hebben ze het niet zo op jong talent.
Trainee
Policy & Public Services Officer bij de National Council for
Voluntary Organisations
De
NCVO verzamelt informatie over huidig beleid en geeft dat in
behapbare vorm door aan goede doelen en andere organisaties die met
vrijwilligers werken. Voor dit bijzonder aanlokkelijke baantje (het
heeft alles: uitdaging, contact met belangrijke mensen, multicultuur,
een hoger moreel doel, een goede locatie, en niet al te hoge
vereisten voor de sollicitanten) ben ik speciaal naar Londen
afgereist, alwaar ik erachter kwam dat ik helemaal niet voor het
sollicitatiegesprek was uitgenodigd, ondanks dat ik mezelf een
extreem goede kandidaat vond. Ik ben met een zak koekjes naar hun
kantoor gemarcheerd om uitleg te eisen. Ze bleken heel begripvol,
lief en bezorgd en legden uit dat ze wel 500 sollicitaties hadden
ontvangen. Het was niet zo heel erg allemaal want ik had best een
aardige tijd daar in Londen; ik heb drie dagen in mijn nette
sollicitatiejasje door Londen gezworven, de nieuwe galerij van Damien
Hirst bekeken, een rapconcert bijgewoond in Kilburn, stiekem bier
gedronken in Kennington park en mijn make-up laten doen in een
station.
Zelfgemaakte
oorbellenverkoper op Etsy.com
Als
er dan geen vraag naar me is in de wereld van sociaal onderzoek kan
ik nog altijd oorbellen gaan maken en die op het internet verkopen.
Pensioneigenaar/huizenbouwer/boer/postbode
in een nog te stichten gemeenschap in Portugal
Op
een berg in Málaga kwam ik er met vrienden achter dat we allemaal
dezelfde droom koesteren om ons eigen huis te bouwen, samen groenten
te verbouwen en een anarchistisch pension te runnen ergens in
Zuid-Portugal, alwaar volgens mijn moeder complete verlaten dorpen voor een habbekrats te koop aan werden geboden. Rondinternetten suggereert echter dat het wel een half miljoen zou kunnen
kosten voor maar een paar kleine huisjes die niet eens bewoonbaar meer zijn, dus vooralsnog moeten we eerst maar eens a) lokaal gaan kijken, b) kapitaal bijeen zien
te brengen, en c) relevante vaardigheden ontwikkelen bijv. groenten ver-
en huizen bouwen, o.a. door bij bestaande initiatieven mee te gaan
helpen. Zodra we een dorp hebben opgericht zijn jullie allemaal
uitgenodigd, oké!
Teaching
English as a Foreign Language in een spaanstalig land
Ik
wil Noord-Ierland eigenlijk weer uit, maar ik geloof niet dat ik al
klaar ben om terug naar Nederland te komen, al zijn daar nog zoveel
gelegenheden om sociaal onderzoek te doen. Misschien is het omdat
Nederland al best wel effectief ís; in andere landen valt er meer te
winnen, ofzo. Of sociaal onderzoek hangt me nu voorlopig überhaupt
de keel uit.
In
elk geval is het plan nu om een intensieve maand durende
lerarenopleiding tot TEFL-docent te doen, en dan naar Spanje of naar
Zuid-Amerika te vertrekken om daar een jaar (of zo lang als het leuk
blijft) Engels te onderwijzen.
*** Update * exclusief bij deze blog!!!! ***
Junior onderzoeker onderwijs en mbo-internationalisering bij een bureau in Nederland
Opvallend maar waar: het blijkt dat er in Nederland heuse onderzoeksbureaus zijn, die specialiseren in het type sociaal geëngageerde onderzoek dat ik graag zou willen doen - en nog best veel ook, in wisselende gradaties van focus op onderwijs en nabijheid tot Rotterdam. In Noord-Ierland is het geloof ik gebruikelijk dat ofwel de organisaties zelf iemand in dienst nemen, ofwel niemand het onderzoek doet.
Ook de aanmeldingsprocedures verschillen wezenlijk: in Noord-Ierland gaat dat namelijk het merendeel van de tijd per online aanmeldingsformulier waar ze je CV geeneens willen zien, maar waar wel gevraagd wordt om alles wat erop staat nog even te herkauwen. Bij je eigen motivatie voor de baan wordt niet of nauwelijks stilgestaan; de eisen aan de kandidaat zijn hoog en specifiek wat betreft ervaring. Idealiter heb je al vijf jaar precies hetzelfde soort werk gedaan.
In Nederland daarentegen zie ik voornamelijk de CV+brief-procedure, die aangenaam/zorgwekkend veel ruimte laat voor vrije uitdrukking; eisen aan de kandidaat zijn qua ervaring laag en qua buzzwords die je op jezelf zou toepassen hoog. Bij een aantal traineeschappen waarvoor ik de advertentie las werd die vrije uitdrukking zelfs nog verder opgerekt: daarvoor werd de enthousiaste jonge kandidaten verzocht om een filmpje, essay of papier-maché-maquette te maken waarmee ze zichzelf en hun kijk op de sector origineel presenteren. Ervaring niet vereist.
Tot slot nog dit: waarom eigenlijk onderwijs? Ik zou willen argumenteren dat de interesse in onderwijs voortvloeit uit een interesse voor taalbeleid, waarvoor onderwijs het belangrijkste implementatiemiddel is. De Master in Luxemburg ben ik gaan doen omdat ik hoopte dat die link daar grondig zou worden uitgediept, wat tot op zekere hoogte (diepte) waar was; er waren vakken over onderwijs, over meertalig onderwijs, over hoe kinderen leren, en over taalbeleid in specifieke gevallen (Luxemburg an sich, Russische en Turkse jongeren in Duitsland, Spaanstalige kinderen in New York, Indiase kinderen in Engeland, het onderwijssysteem in Singapore en in Hong Kong - Oké ik zie nu in dat we het hier wel degelijk uitgebreid over gehad hebben). Tevens een poging mijnerzijde om een clubje op te richten wat tweewekelijkse bijeenkomsten zou hebben over onderwijstheorie. We hebben elkaar een keer of drie, vier getroffen en een dropbox met artikelen aangelegd; in mijn herinnering was het lastig om het gesprek daadwerkelijk op die lectuur te brengen, maar we hebben het wel uitgebreid gehad over de structuur van lerarenopleidingen in Duitsland.
Blogidee voor volgende keer: een lijstje van de boeken over onderwijs die ik sindsdien heb doorgewerkt.
Tot slot nog dit: waarom eigenlijk onderwijs? Ik zou willen argumenteren dat de interesse in onderwijs voortvloeit uit een interesse voor taalbeleid, waarvoor onderwijs het belangrijkste implementatiemiddel is. De Master in Luxemburg ben ik gaan doen omdat ik hoopte dat die link daar grondig zou worden uitgediept, wat tot op zekere hoogte (diepte) waar was; er waren vakken over onderwijs, over meertalig onderwijs, over hoe kinderen leren, en over taalbeleid in specifieke gevallen (Luxemburg an sich, Russische en Turkse jongeren in Duitsland, Spaanstalige kinderen in New York, Indiase kinderen in Engeland, het onderwijssysteem in Singapore en in Hong Kong - Oké ik zie nu in dat we het hier wel degelijk uitgebreid over gehad hebben). Tevens een poging mijnerzijde om een clubje op te richten wat tweewekelijkse bijeenkomsten zou hebben over onderwijstheorie. We hebben elkaar een keer of drie, vier getroffen en een dropbox met artikelen aangelegd; in mijn herinnering was het lastig om het gesprek daadwerkelijk op die lectuur te brengen, maar we hebben het wel uitgebreid gehad over de structuur van lerarenopleidingen in Duitsland.
Blogidee voor volgende keer: een lijstje van de boeken over onderwijs die ik sindsdien heb doorgewerkt.
Monday, 24 October 2016
Wereld! Hallo
Het plan is om een boek te schrijven over hoe normen veranderen op dezelfde manier als taal, en daarmee het inzicht definitief te populariseren dat taal en cultuur niet wezenlijk van elkaar verschillen maar eigenlijk gewoon hetzelfde zijn. Binnen de moderne taalkunde is dat geen wereldschokkend nieuws, denk ik, maar daarbuiten realiseert geen hond zich dat! Taal bestaat uit normen! Als u, mijn lezer, enkel de eerste bladzijde van dit boek leest, hoop ik dat in elk geval die boodschap door blijft knagen en zich stukje bij beetje in uw overige denkpatronen nestelt.
[Hier die kerngedachte]
Sinds ik op dit inzicht kwam heb ik er een boek over willen schrijven. Ik kwam op het idee terwijl ik bij mijn vriendin Siri thuis zat. Onder haar luid protest was ik haar aan het uitleggen hoe taalakademies werken. Ze zei dat ze niet luisterde en dat het haar niet interesseerde, maar ik bleef maar doorzaniken, net zo lang tot haar vriend thuiskwam en ik wegmoest zodat ze rustig konden zoenen en eten koken. Staand op straat besefte ik dat ik hier een boek over wilde schrijven: hoe rechtbanken en taalakademies dezelfde functie vervullen, de ene voor normen en de andere voor woordbetekenissen. Siri wilde mijn verhaal al niet horen, hoezo zit dan de wereld op dit boek te wachten? Wereld, ik heb er vertrouwen in dat jullie me volgen in deze duizelingwekkende ontdekkingsreis. Het wordt vernieuwend aan alle kanten. De boodschap noch haar vorm zijn ooit tevoren zo gezien. Enkel dat ze op papier geprint en gekaft gaat worden en wellicht in boekwinkels en bij praatjes aan de man/vrouw gebracht, wat toch vrij onvernieuwend is; misschien kan ik het op eetpapier schrijven met choco-pen en – daar met een geit op een vlot een boek promoten al gedaan is – het door ezelrijdende schoonmaaksters laten voorlezen in gevangenissen en op kinderfeestjes (de kinderen kunnen het eetpapier vervolgens in hun party-bags mee naar huis krijgen en daar de zwaardere theorie tijdens het avondeten aan hun ouders uitleggen.)
In Luxemburg betalen ze je dik. Ik kreeg op de dag dat ik aankwam meteen een baan en ik beëindig de studie ondanks veelvuldige uitstapjes naar het buitenland met een klein maar zeker spaarvermogen. Binnen Noordwest-Europa denk ik dat het contrast tussen Luxemburg en Noord-Ierland een van de grootst mogelijk vindbare is. Met wat hier het magere overschot is van een studentenloon, kan ik mezelf in Belfast denk ik maandenlang in leven houden.
Dit boek moet in het Nederlands. Als je zo lang in het buitenland woont wordt Nederlands iets vreemds, het is ver weg en een soort fascinerende herinnering. De verhouding tot de taal verandert zeker weten: nu is het iets wat ik kan en weet, wat ik met mijn vrienden niet kan delen (ter hunner treurnis toch vaak geprobeerd). Als ik iemand tegenkom die het ook spreekt is het een gelegenheid om zowel voor hen die het wel als die het niet verstaan mijn vloeiendheid tentoon te spreiden. Aldus ontstaat in een woonkamer in Belfast een doorwrochten filosofische onderzoeking in het Nederlands. Het moet niet alleen in het Nederlands, het moet ook in zeer toegankelijk publiek-wetenschappelijk Nederlands, is het idee – sterker nog, een soort plezierig persoonlijk relaas waarbij je de zogenaamd moeilijke theorie snapt zonder dat het enige moeite kost. Wie weet win ik tegelijkertijd een spinozabeker en een gouden griffel.
Dat brengt me op het volgende thema: wetenschappelijke objectiviteit. Mij is het helder dat wetenschap niet objectief kan zijn en beter ook niet kan doen alsof. Voor ik dat aan de hand van Kuhn en zijn paradigma's ga uitleggen, wat ik overigens helemaal nog niet gelezen heb, eerst een anecdote ter illustratie: [het contrast tussen de denkwijzen in de MAGEO en de MLCMMC.]
Labels:
boek,
language,
nederlands,
normen,
sociolinguistics,
taalkunde
Saturday, 18 June 2016
Zocker, Şeker, Azúcar. Sugar packets as evidence of a changing power balance.
Another thesis done! This is a link to the full thing.
Me with 4 of the copies on the train. Photographer: Gintarė
Abstracts (English, Nederlands, Español):
The position of a language in society is a type of discourse. Even the most banal artefacts with language choices on them are not just results of but participants in that discourse, and they can reinforce it, or challenge and transform it. In this thesis, sugar packets are presented as small samples or fossils of historical language power balances, which can be used to reconstruct shifts in those balances. As a form of ready-collected data, a number of online sugar packet catalogues are used, from which some key information is however missing such as manufacturing dates and finding places. The thesis' methodology is an attempt to utilize the potential of the data by investigating it through four different approaches. After a global overview of differences between the used catalogues, the scope is limited in two different ways. First, the focus is on one city, The Hague, for which the language choices on old and new sugar packets are compared. Next is a comparison of the packets released during the history of three different Dutch department stores. Finally, the study zooms in on a single sugar packet, to trace in detail its journey and the choices made during it. The data show a clear difference between “linguistic fetish” type use of foreign languages, whereby they are employed to call up positive connotations, and “instrumental” use, which is directly related to the companies' cross-border activities. Specifically this “instrumental” multilingualism occurs ever more often, as a result of the dynamics of franchising and foreign expansion during the period which is researched.
De machtspositie van een taal in de maatschappij is een diskoers. De taalkeuzes in of op welke tekst, uitspraak of onbeduidend object dan ook zijn niet alleen resultaten van dat diskoers, maar nemen erin deel, door het te herhalen en voort te zetten, of door het aan te passen en een nieuwe richting te geven. In deze scriptie worden suikerzakjes aangegrepen als kleine staaltjes of fossielen van historische taalbalansen, die kunnen worden gebruikt om de verschuivingen daarin te reconstrueren. Bij wijze van kant-en-klare data maakt de studie gebruik van een aantal door verzamelaars bijeen gebrachte online catalogi van suikerzakjes, waarin echter bepaalde cruciale informatie mist zoals wanneer de zakjes zijn gedrukt en waar ze zijn gevonden. De methodologie van de scriptie is een poging het potentieel van de data tot bloei te brengen met vier benaderingen in toenemende mate van detail. Na een overzicht van onderlinge verschillen tussen de catalogi volgen twee verschillende manieren om het bereik van de studie te beperken, eerst met een focus op suikerzakjes uit één stad, namelijk Den Haag, waarbij taalkeuzes op nieuwe en oude zakjes worden vergeleken, en vervolgens met een vergelijking van de suikerzakjes uitgebracht gedurende de geschiedenis van drie Nederlandse warenhuizen In de laatste analyse wordt de focus verscherpt op één enkel suikerzakje, om het door het zakje afgelegde pad te traceren en de daarbij gemaakte keuzes in hun context te plaatsen. Uit de data blijkt een onderscheid tussen „dwepend“ gebruik van vreemde talen – waarbij ze worden ingezet om positieve associaties op te roepen – en „instrumenteel“ gebruik, direct gerelateerd aan grensoverschrijdende economische activiteit van de bedrijven. Specifiek deze „instrumentele“ meertaligheid komt steeds meer voor als gevolg van het ontstaan van franchises en toenemende internationalisering van bedrijven tijdens het door het onderzoek beslagen tijdsbestek.
La posición de un idioma en la sociedad es un discurso. Cada texto, objeto o acto de habla, junto con las selecciónes de idioma que se encuentran en estos, incluso en los más triviales, no son solamente resultados de este discurso sino que también hacen parte de éste y pueden reforzarlo, rebatirlo y transformarlo. En esta tesis, los paquetes de azúcar se presentan como muestras o fósiles de equilibrios históricos de poder lingüístico, cuyos cambios pueden ser reconstruidos mediante el análisis de estos vestigios. Como “corpus prefabricado” se utilizan catálogos en línea de paquetes de azúcar, recopilados por coleccionistas. Sin embargo, faltan informaciónes tales como las fechas de producción o los lugares donde se hallaron los paquetes. La metodología de la tesis busca aprovechar el potencial de dichos paquetes desde cuatro enfoques de investigación diferentes. Se empieza presentando un panorama general de las diferencias entre los catálogos y entre los sistemas nacionales de distribución de azúcar. Luego, para limitar el alcance de los datos, se comparan las selecciones de idioma hechas, en primer lugar, en paquetes nuevos y antiguos de la ciudad de La Haya, y, en segundo lugar, en los paquetes creados a lo largo de la historia de tres almacenes neerlandeses. Por último, la investigación se enfoca en un único paquete para observar en detalle su recorrido y las decisiones tomadas en este proceso. Los resultados muestran una clara distinción entre el uso de idiomas extranjeros de dos maneras: como “fetiche lingüístico” y de forma “instrumental”. En la primera, los idiomas son usados para evocar asociaciones positivas, mientras que la segunda está directamente relacionada a las actividades transfronterizas de las empresas. Este tipo de plurilingüismo “instrumental” particular occure cada vez más seguido, como resultado de las dinámicas de creación de franquicias y de expanción internacional durante el periodo investigado.
Me with 4 of the copies on the train. Photographer: Gintarė
Abstracts (English, Nederlands, Español):
The position of a language in society is a type of discourse. Even the most banal artefacts with language choices on them are not just results of but participants in that discourse, and they can reinforce it, or challenge and transform it. In this thesis, sugar packets are presented as small samples or fossils of historical language power balances, which can be used to reconstruct shifts in those balances. As a form of ready-collected data, a number of online sugar packet catalogues are used, from which some key information is however missing such as manufacturing dates and finding places. The thesis' methodology is an attempt to utilize the potential of the data by investigating it through four different approaches. After a global overview of differences between the used catalogues, the scope is limited in two different ways. First, the focus is on one city, The Hague, for which the language choices on old and new sugar packets are compared. Next is a comparison of the packets released during the history of three different Dutch department stores. Finally, the study zooms in on a single sugar packet, to trace in detail its journey and the choices made during it. The data show a clear difference between “linguistic fetish” type use of foreign languages, whereby they are employed to call up positive connotations, and “instrumental” use, which is directly related to the companies' cross-border activities. Specifically this “instrumental” multilingualism occurs ever more often, as a result of the dynamics of franchising and foreign expansion during the period which is researched.
De machtspositie van een taal in de maatschappij is een diskoers. De taalkeuzes in of op welke tekst, uitspraak of onbeduidend object dan ook zijn niet alleen resultaten van dat diskoers, maar nemen erin deel, door het te herhalen en voort te zetten, of door het aan te passen en een nieuwe richting te geven. In deze scriptie worden suikerzakjes aangegrepen als kleine staaltjes of fossielen van historische taalbalansen, die kunnen worden gebruikt om de verschuivingen daarin te reconstrueren. Bij wijze van kant-en-klare data maakt de studie gebruik van een aantal door verzamelaars bijeen gebrachte online catalogi van suikerzakjes, waarin echter bepaalde cruciale informatie mist zoals wanneer de zakjes zijn gedrukt en waar ze zijn gevonden. De methodologie van de scriptie is een poging het potentieel van de data tot bloei te brengen met vier benaderingen in toenemende mate van detail. Na een overzicht van onderlinge verschillen tussen de catalogi volgen twee verschillende manieren om het bereik van de studie te beperken, eerst met een focus op suikerzakjes uit één stad, namelijk Den Haag, waarbij taalkeuzes op nieuwe en oude zakjes worden vergeleken, en vervolgens met een vergelijking van de suikerzakjes uitgebracht gedurende de geschiedenis van drie Nederlandse warenhuizen In de laatste analyse wordt de focus verscherpt op één enkel suikerzakje, om het door het zakje afgelegde pad te traceren en de daarbij gemaakte keuzes in hun context te plaatsen. Uit de data blijkt een onderscheid tussen „dwepend“ gebruik van vreemde talen – waarbij ze worden ingezet om positieve associaties op te roepen – en „instrumenteel“ gebruik, direct gerelateerd aan grensoverschrijdende economische activiteit van de bedrijven. Specifiek deze „instrumentele“ meertaligheid komt steeds meer voor als gevolg van het ontstaan van franchises en toenemende internationalisering van bedrijven tijdens het door het onderzoek beslagen tijdsbestek.
La posición de un idioma en la sociedad es un discurso. Cada texto, objeto o acto de habla, junto con las selecciónes de idioma que se encuentran en estos, incluso en los más triviales, no son solamente resultados de este discurso sino que también hacen parte de éste y pueden reforzarlo, rebatirlo y transformarlo. En esta tesis, los paquetes de azúcar se presentan como muestras o fósiles de equilibrios históricos de poder lingüístico, cuyos cambios pueden ser reconstruidos mediante el análisis de estos vestigios. Como “corpus prefabricado” se utilizan catálogos en línea de paquetes de azúcar, recopilados por coleccionistas. Sin embargo, faltan informaciónes tales como las fechas de producción o los lugares donde se hallaron los paquetes. La metodología de la tesis busca aprovechar el potencial de dichos paquetes desde cuatro enfoques de investigación diferentes. Se empieza presentando un panorama general de las diferencias entre los catálogos y entre los sistemas nacionales de distribución de azúcar. Luego, para limitar el alcance de los datos, se comparan las selecciones de idioma hechas, en primer lugar, en paquetes nuevos y antiguos de la ciudad de La Haya, y, en segundo lugar, en los paquetes creados a lo largo de la historia de tres almacenes neerlandeses. Por último, la investigación se enfoca en un único paquete para observar en detalle su recorrido y las decisiones tomadas en este proceso. Los resultados muestran una clara distinción entre el uso de idiomas extranjeros de dos maneras: como “fetiche lingüístico” y de forma “instrumental”. En la primera, los idiomas son usados para evocar asociaciones positivas, mientras que la segunda está directamente relacionada a las actividades transfronterizas de las empresas. Este tipo de plurilingüismo “instrumental” particular occure cada vez más seguido, como resultado de las dinámicas de creación de franquicias y de expanción internacional durante el periodo investigado.
Labels:
critical discourse analysis,
culture,
english,
español,
food,
history,
language change,
linguistics,
multilingualism,
nederlands,
pictures,
research design,
sociolinguistics,
studie,
sugar packets
Wednesday, 13 May 2015
La maitrise globale de changement
De onderstaande post heb ik al sinds september 2014 in kladvorm rondslingeren. Ik ga hem niet meer afschrijven maar ik wil wel ruim baan geven aan al wie in mijn klad geïnteresseerd is om het eindelijk te lezen. Nu met enorm veel plaatjes.
[foto] hier woon ik nu
[foto] hier woon ik nu
In de afgelopen paar dagen ben ik met hulp van opa Koos
naar Luxemburg verhuist (na eerst een mislukte poging een week geleden,
waardoor als resultaat 900km extra op de kilometerteller.) We kennen het
traject inmiddels goed, via Eindhoven, Maastricht, de frietzaak direct
over de grens, Luik en Arlon.
-aardige hoteldame
tijdens het eerste bezoek was mama mee
-aardige hoteldame
-supermeertalige studiegenoten, praten in de trein, frans en duits les
-meteen een baan
-restaurants met opa, Bei der Eil beviel het beste, anna en jean serveren voornamelijk eend
-Belval is nog helemaal in aanbouw, opa noemde het al Bouwval, maar het doet me denken aan david lynch, simon mcwilliams en dat fotografenechtpaar met hun industriële romantiek [Becher, red.]. Ook zonder die associaties valt het nog op dat de luxemburgers een groot gevoel voor schoonheid hebben, zoals bijvooreeld te zien valt op de rue des hauts fourneaux waar een staaloven bevallig in een vijver is geplaatst [foto].
Tevens hebben ze een groot gevoel voor informatieborden, zoals verderop op dezelfde straat te zien bij een met europees geld aangelegd jeu-de-boulesveldje [foto]. Op de borden wordt o.a. breed uitgemeten dat het door de E.U. is betaald en wat de regels van het veldgebruik zowel als van jeu-de-boules zijn.
Die informatieborden zijn helaas wel onregelmatig verdeeld, want wat betreft bepaalde informatie die alle studenten graag zouden willen weten ontbreekt nog informatie bijv. "waarom werkt het internet nog niet" en "kunnen we hier eigenlijk wel de was doen".
-meteen een baan
-restaurants met opa, Bei der Eil beviel het beste, anna en jean serveren voornamelijk eend
-Belval is nog helemaal in aanbouw, opa noemde het al Bouwval, maar het doet me denken aan david lynch, simon mcwilliams en dat fotografenechtpaar met hun industriële romantiek [Becher, red.]. Ook zonder die associaties valt het nog op dat de luxemburgers een groot gevoel voor schoonheid hebben, zoals bijvooreeld te zien valt op de rue des hauts fourneaux waar een staaloven bevallig in een vijver is geplaatst [foto].
Simon McWilliams, Traffic Lights 2. bron
Bernd & Hilla Becher, Youngstown US Steel, Ohio, USA. bron
Tevens hebben ze een groot gevoel voor informatieborden, zoals verderop op dezelfde straat te zien bij een met europees geld aangelegd jeu-de-boulesveldje [foto]. Op de borden wordt o.a. breed uitgemeten dat het door de E.U. is betaald en wat de regels van het veldgebruik zowel als van jeu-de-boules zijn.
Die informatieborden zijn helaas wel onregelmatig verdeeld, want wat betreft bepaalde informatie die alle studenten graag zouden willen weten ontbreekt nog informatie bijv. "waarom werkt het internet nog niet" en "kunnen we hier eigenlijk wel de was doen".
Labels:
dagboek,
nederlands,
pictures
Saturday, 28 February 2015
Telefoonkunst
Er is alleen helaas geen opvulmogelijkheid, maar beperking broedt innovatie.

11015790_970253796348618_1093079409_n.
150223_023436.
150223_021104. Deze deed John aan een zelfportret van Fracis Bacon denken:
Wat mij weer aan een (welbekende) foto van John zelf deed denken:
Wednesday, 2 October 2013
Herstart
Het nieuwe semester is begonnen. Ik had gepland om allerlei vakken waar ik eigenlijk niet voor ingeschreven sta te auditeren en dat plichtmatig ingeroosterd, maar desondanks heb ik me gisteren achter de computer verschanst en hoegenaamd niets volbracht. Vandaag werd ik doodmoe wakker, te moe om lang genoeg rechtop te staan om me aan te kleden, zodat ik besloot om op een ander matras nog wat verder te slapen. Zo heb ik al drie lessen gemist. De scriptiebegeleider heeft (eindelijk) gemaild en laten weten mij volgende week te willen spreken, wat wil zeggen dat ik deze twee weken één officiëel ingeroosterd lesuur heb. Vandaag heb ik me in de regen gewaagd om wat boeken in te leveren - te laat volgens het systeem, omdat mijn betaling voor dit studiejaar nog niet is verwerkt geloof ik. Op de natte trappen en rondom de poorten van het hoofdgebouw zaten groepen nieuwe eerstejaars, duidelijk nog te bevangen door alle nieuwe ervaringen om te merken wat een grauwe dag het was. Ik interpreteerde hun drukke praten als nervositeit: de stiltes vullen in een eerste gesprek met potentiële nieuwe vrienden. In het gebouw waar ik de afgelopen maand gewerkt heb stond een lange rij buitenlandse studenten die de receptie wilden spreken, ordentelijk gehouden door een van mijn voorheen-collega's. Door mijn inactiviteit gisteren kon mijn a4-tje met gewerkte uren, dat ik toen had moeten inleveren, pas volgende maand verwerkt worden. In de bieb ben ik naar de kasten met taalkundeboeken gelopen, op de tweede verdieping, en heb min of meer lukraak interessant ogende boeken uit de kast getrokken. Taalkundeartikelen vind ik meestal makkelijk om te lezen, volgens mij omdat taalkunde nabij mijn normale modus van denken is, maar misschien is dat onzin - misschien zijn ze gemiddeld beter geschreven omdat men in die sector zelfgeselecteerd is op taalgevoel. Ik las een artikel over een praktisch onderzoek in Strassbourg - naar taalkeuze van klanten en verkopers in warenhuizen - en de intro van een artikel over de filosofie achter critical discourse analysis. Iets wat daarin werd gezegd maakte grote indruk, namelijk dat taal niet op zich beschouwd kan worden los van sociale status, maar dat het de sociale realiteit juist bouwt of helpt te bouwen. Daarna was ik echter te moe om door te lezen. Thuis stond ik een tijdje met mijn hoofd tegen de waslijn, maar toen vond John dat ik gek deed en maakte hij citroen-tijmchips en thee voor me.
Omdat ik volgend jaar wellicht in een Duitssprekend land verder wil studeren heb ik me samen met een vriendin ingeschreven voor een Duitse taalclub, waarvan deze avond de eerste les. Tot mijn geruststelling was het precies wat ik had gehoopt, namelijk een soort excuus om zoveel mogelijk Duits te spreken, met een lerares wiens functie niet was om ons oefeningen te laten doen of over grammatica te drammen, maar om met onderwerpen voor gesprekken te komen en desgevraagd een woord te vertalen. Op de vraag waarom ik daar was heb ik enigszins trots laten weten dat ik overwoog om in Luxemburg een Master te gaan doen. Gisteravond zag ik namelijk dat daar een drietalige studie over meertaligheid wordt aangeboden en het lijkt me een bijzonder goede optie. Claire hakkelde meer dan ik maar ik was erg blij dat ze zich ook had ingeschreven, het voelt een stuk minder dreigend tussen de andere deelnemers, die allemaal in "Ruhestand" waren - met pensioen dus. Na het eten heb ik een begin gemaakt in Frisch' Homo Faber, dat mama voor me mee heeft genomen. Het leest het beste met Google Translate ernaast om snel alle onbekende woorden op te kunnen zoeken, hoewel ik had verwacht dat de computer te afleidend zou zijn. Nu ben ik nog wakker met de bedoeling een post te schrijven over dat taalkunde niet aan zijn prescriptiviteit kan ontsnappen, maar het is meer een soort dagboekentree geworden. Wat dan ook.
Monday, 17 June 2013
Churchills inzicht
Er is best veel onderzoek waaruit blijkt dat een of andere oplossing voor een bepaald maatschappelijk probleem de beste zou zijn. Veel van die oplossingen zouden echter moeilijk in te voeren zijn vanwege onbegrip en opstand van het volk
- De EU-grondwet
- D'66 huizenmarktoplossing
- moedertaalonderwijs voor afrikaanse stammen (onder voorbehoud)
- natuurbehoudmaatregelen
Echter om het dan aan het volk op te leggen ondanks de opstand kan per definitie niet in een democratische rechtsstaat. Betekent dat dat democratie een suboptimaal systeem is?
Winston Churchill quote:
Democracy is the worst form of government except all those other forms that have been tried.Nog een (zonder bron):
The greatest argument against democracy is a five minute conversation with the average voter.
Thursday, 6 June 2013
Liberalisme en individualisme
Bijna uit: De utopie van de vrije markt van Hans Achterhuis, over de ideologie van het neoliberalisme. Het leest makkelijk weg en ik leer een hoop, wat natuurlijk grappig is omdat ik net mijn derde jaar van de studie politiek heb afgesloten en je zou verwachten dat bepaalde dingen al de revue hadden gepasseerd. Met name over de ideeën van Smith, Keynes, Friedman en Hayek wist ik nog weinig. Het is leuk om te merken hoe bij het lezen van zo'n boek een heel stel begrippen een plek vindt in mijn referentiekader - zoals wanneer je een nieuw woord leert en het ineens overal tegenkomt.
Martijntje linkte me een artikel: Nog steeds aan de papfles: Twintigers vinden het goede leven moeilijk, door Marijke de Vries en Birte Schohaus. Het claimt dat twintigers van nu van huis uit hoge verwachtingen van zichzelf hebben meegekregen en moeite hebben die waar te maken in een competitieve maatschappij met bovendien een economische crisis. (Ik vertelde hierover aan Annabel en Ryan en hij dacht meteen aan de Quarter-Life Crisis, maar als je het artikel mag geloven is dat een wellicht gerelateerd, doch ander probleem. Dat gaat over twintigers in het algemeen en dit specifiek over twintigers van nu.) Het interessantste stukje uit het artikel vond ik dit:
Wikipedia definieert individualisme als een ideologie die de nadruk legt op onafhankelijkheid, individueel belang boven groeps- of staatsverband, en verwerkelijking van je eigen doelen. Het wordt expliciet in verband gebracht met liberalisme, gedefinieerd als "persoonlijke vrijheid". Dat neigt naar een tautologie. De betekenis van liberalisme die hier wordt gegeven wijkt nogal af van die gehanteerd door Achterhuis, die het behandelt als het idee dat de markt vrij moet zijn. Neoliberalisme gaat nog verder dan "klassiek" liberalisme, door te stipuleren dat naast traditionele handel ook het lot van zorg, onderwijs, het bankwezen en bijvoorbeeld watervoorzieningen door marktprocessen moet worden bepaald.
Voorheen heb ik individualisme voornamelijk als een soort maatschappelijke variabele begrepen; als maatschappij kan je meer of minder individualistisch of gemeenschappelijk zijn. Als indicator daarvan moeten we kijken naar de eenheid op basis waarvan rechten worden toegekend - bijv. mensenrechten zijn voor individuele personen, minderheden in Oost-Europa vragen om groepsrechten. Verder kunnen we wellicht kijken naar afhankelijkheidsstructuren; hoeveel man telt een gemeenschap die voor zijn eigen behoeften kan zorgen, hoe ingewikkeld is de onderlinge arbeidsverdeling? Waar een dorp geheel in zijn eigen behoeften kan voorzien zou je van gemeenschappelijkheid kunnen spreken, op nationale schaal echter is het onmogelijk alle andere leden van de gemeenschap te kennen en wordt het dus individualisme. Als grens is misschien Dunbars getal handig? Ik weet echter niet zeker waar deze definitie handig voor zou zijn, of hij wat toevoegt.
Deze blogpost gaf me het idee om zelf een weblog te beginnen omdat ik het goed vond dat hij niet al te moeilijk deed met het onderbouwen van zijn theorie maar gewoon wat theorieën opdiste die retorisch wel goed klinken (al hebben ze analytisch bar weinig om het lijf). Hij claimt dat leden van de bovenklasse meer gemeenschap hebben dan de onder- en lagere middenklasse, die door de ideologie van het individualisme verdeeld raken waardoor ze makkelijker onder de duim te houden zijn. De gemeenschap van de hogere klassen bestaat volgens de schrijver uit "de juiste mensen kennen":
Dit artikel vond ik ook goed. Het is geschreven voor Occupy Sydney en er wordt uitgelegd waarom individualisme geen bruikbare ideologie is voor de Occupybeweging, namelijk omdat het deel uitmaakt van de visie van "de 1%". De ideologie begon volgens het artikel tegelijkertijd met kapitalisme, en ging inderdaad om vrijheid: "In the market, everyone is free to make their own decision about what to buy and sell, without any outside input". Deze vrijheid blijkt echter een illusie, omdat het startpunt niet voor iedereen gelijk is en dus kunnen de haves de have-nots uitbuiten. Wat me stoort aan deze uitleg echter, en ook aan het hiervoor genoemde artikel, is hoezeer er een bewuste intentie om uit te buiten en te onderdrukken aan de hogere klassen wordt toegeschreven. Dat is een grote groep die ten eerste niet duidelijk politiek georganiseerd is (wellicht in politieke partijen die overwegend het belang van rijke mensen steunen, maar die sluiten mensen uit lagere klassen niet of niet expliciet buiten) en die ten tweede niet uitsluitend uit slechteriken bestaat. Ik volg met veel plezier Joris Luyendijks columns over de City, en wat eruit naar voren schijnt te komen is dat maar weinig bankiers expres geld zwartmaken of expres onverantwoordelijke risico's nemen. Veel van de mensen die hij interviewt zien zichzelf vooral als radertjes in een groot, ondoorzichtig systeem, en ze leggen uit hoe dat systeem verleidt tot zelfverrijking en het nemen van risico's.
Tot zover de beschouwing. Conclusies: liberalisme breder is dan ik had gedacht, en individualisme heeft zich nog niet als bruikbaar idee bewezen.
Martijntje linkte me een artikel: Nog steeds aan de papfles: Twintigers vinden het goede leven moeilijk, door Marijke de Vries en Birte Schohaus. Het claimt dat twintigers van nu van huis uit hoge verwachtingen van zichzelf hebben meegekregen en moeite hebben die waar te maken in een competitieve maatschappij met bovendien een economische crisis. (Ik vertelde hierover aan Annabel en Ryan en hij dacht meteen aan de Quarter-Life Crisis, maar als je het artikel mag geloven is dat een wellicht gerelateerd, doch ander probleem. Dat gaat over twintigers in het algemeen en dit specifiek over twintigers van nu.) Het interessantste stukje uit het artikel vond ik dit:
Het probleem ligt geworteld in onze neoliberale maatschappij: 'Opvoedingsidealen komen niet uit de lucht vallen. De verwachtingen en angsten van ouders zijn afkomstig uit de cultuur waarin ze leven.'Er worden hier een paar links gelegd tussen enerzijds neoliberalisme en anderzijds maakbaarheid, competitiviteit en individualisme. Die laatste vond ik met name interessant. Het klinkt nogal logisch dat er een link tussen kapitalisme en individualisme zou zijn - er is meer keuzevrijheid en daarmee meer druk om je eigen persoonlijkheid te benadrukken. Het idee dat je voor je naasten moet zorgen is door het neoliberalisme overboord gedaan en ingeruild voor het idee dat iedereen gelijke kansen heeft om voor zijn eigen geld te werken en dat het beter is om mensen aan te moedigen zichzelf te ontwikkelen, dan ze (overheids)steun te geven. Onafhankelijkheid en persoonlijke creativiteit staan hoog in het vaandel.
Tegenwoordig is dat het neoliberale model, waarin de moderne illusie heerst dat de mens maakbaar is. 'Daardoor wordt elk kind een project op zich, dat tot een topniveau ontwikkeld moet worden. Eerst door zijn ouders, daarna door zichzelf.' Het 'neoliberale narratief' impliceert een 'universeel egoïsme', zegt hij. Je moet er komen en de ander is sowieso een concurrent. Dat betekent ook dat je het aan jezelf te wijten hebt als je het niet haalt. 'De onvermijdelijke keerzijde hiervan is een groeiende groep mensen die zich mislukt voelt.'
Wikipedia definieert individualisme als een ideologie die de nadruk legt op onafhankelijkheid, individueel belang boven groeps- of staatsverband, en verwerkelijking van je eigen doelen. Het wordt expliciet in verband gebracht met liberalisme, gedefinieerd als "persoonlijke vrijheid". Dat neigt naar een tautologie. De betekenis van liberalisme die hier wordt gegeven wijkt nogal af van die gehanteerd door Achterhuis, die het behandelt als het idee dat de markt vrij moet zijn. Neoliberalisme gaat nog verder dan "klassiek" liberalisme, door te stipuleren dat naast traditionele handel ook het lot van zorg, onderwijs, het bankwezen en bijvoorbeeld watervoorzieningen door marktprocessen moet worden bepaald.
Voorheen heb ik individualisme voornamelijk als een soort maatschappelijke variabele begrepen; als maatschappij kan je meer of minder individualistisch of gemeenschappelijk zijn. Als indicator daarvan moeten we kijken naar de eenheid op basis waarvan rechten worden toegekend - bijv. mensenrechten zijn voor individuele personen, minderheden in Oost-Europa vragen om groepsrechten. Verder kunnen we wellicht kijken naar afhankelijkheidsstructuren; hoeveel man telt een gemeenschap die voor zijn eigen behoeften kan zorgen, hoe ingewikkeld is de onderlinge arbeidsverdeling? Waar een dorp geheel in zijn eigen behoeften kan voorzien zou je van gemeenschappelijkheid kunnen spreken, op nationale schaal echter is het onmogelijk alle andere leden van de gemeenschap te kennen en wordt het dus individualisme. Als grens is misschien Dunbars getal handig? Ik weet echter niet zeker waar deze definitie handig voor zou zijn, of hij wat toevoegt.
Deze blogpost gaf me het idee om zelf een weblog te beginnen omdat ik het goed vond dat hij niet al te moeilijk deed met het onderbouwen van zijn theorie maar gewoon wat theorieën opdiste die retorisch wel goed klinken (al hebben ze analytisch bar weinig om het lijf). Hij claimt dat leden van de bovenklasse meer gemeenschap hebben dan de onder- en lagere middenklasse, die door de ideologie van het individualisme verdeeld raken waardoor ze makkelijker onder de duim te houden zijn. De gemeenschap van de hogere klassen bestaat volgens de schrijver uit "de juiste mensen kennen":
Knowing the right people, joining the right clubs, living in the right (gated) communities, gets you into the right schools, which gets you into the right jobs and the right marriages, and so on.Het wordt dus gesuggereerd dat je geen gemeenschap hebt als je niet de beste baantjes en de beste huizen kan krijgen. Het ontgaat de schrijver blijkbaar dat hetzelfde mechanisme in de lagere klassen plaatsvindt; in de kerk, op school, in je familie en op je werk kom je mensen en kansen tegen die tot volgende mogelijkheden leiden, al zijn dat dan niet altijd topbanen of huwelijken met sterren. Hij ageert dus eigenlijk tegen ongelijke kansen en ongelijke verdeling van kapitaal, maar ik denk dat hij de uitleg daarvan in de verkeerde hoek zoekt.
Dit artikel vond ik ook goed. Het is geschreven voor Occupy Sydney en er wordt uitgelegd waarom individualisme geen bruikbare ideologie is voor de Occupybeweging, namelijk omdat het deel uitmaakt van de visie van "de 1%". De ideologie begon volgens het artikel tegelijkertijd met kapitalisme, en ging inderdaad om vrijheid: "In the market, everyone is free to make their own decision about what to buy and sell, without any outside input". Deze vrijheid blijkt echter een illusie, omdat het startpunt niet voor iedereen gelijk is en dus kunnen de haves de have-nots uitbuiten. Wat me stoort aan deze uitleg echter, en ook aan het hiervoor genoemde artikel, is hoezeer er een bewuste intentie om uit te buiten en te onderdrukken aan de hogere klassen wordt toegeschreven. Dat is een grote groep die ten eerste niet duidelijk politiek georganiseerd is (wellicht in politieke partijen die overwegend het belang van rijke mensen steunen, maar die sluiten mensen uit lagere klassen niet of niet expliciet buiten) en die ten tweede niet uitsluitend uit slechteriken bestaat. Ik volg met veel plezier Joris Luyendijks columns over de City, en wat eruit naar voren schijnt te komen is dat maar weinig bankiers expres geld zwartmaken of expres onverantwoordelijke risico's nemen. Veel van de mensen die hij interviewt zien zichzelf vooral als radertjes in een groot, ondoorzichtig systeem, en ze leggen uit hoe dat systeem verleidt tot zelfverrijking en het nemen van risico's.
Tot zover de beschouwing. Conclusies: liberalisme breder is dan ik had gedacht, en individualisme heeft zich nog niet als bruikbaar idee bewezen.
Plastic soep en productiviteit
Hoe meer ik leer, hoe moeilijker het wordt om erover te schrijven. Dat komt denk ik doordat ik me er steeds beter van bewust ben hoe ingewikkeld zaken eigenlijk liggen en hoe relatief weinig ik van het complete beeld begrijp. Het "complete beeld" blijkt niet compleet, niet groot genoeg en niet gedetailleerd genoeg te zijn en is bovendien via een bevooroordeelde onderzoeksmethode verkregen. Hoe kan ik het dan nog verantwoorden om iets te beweren waar ik maar een half idee over heb?
De fout in die redenering is echter dat ik zo veel te veel gewicht aan schrijven verbindt; als alles wat men schrijft verdedigbaar en zinvol moet zijn en de waarheid moet benaderen, zou men nooit wat kunnen schrijven. Het is ook een kwestie van zelfvertrouwen en een realistische kijk op hoeveel grip op hun onderwerp andere (publicerende) schrijvers denken te hebben.
Schrijven over academische onderwerpen is momenteel echter het doel van mijn bestaan; het is waar mijn ouders en de regering me voor financiëren. Quote, gehoord van allebei mijn ouders in verrassende eensgezindheid, over goede cijfers halen: "Het is het enige wat je nu moet". Maar ik lees vooral heel veel, waarvan ik in theorie wel leer maar dat valt moeilijk te beoordelen zonder dat ik ook schrijf; en de ideeën die ik leer waar ik niet over schrijf vergeet ik weer half of ik vind ze later moeilijk samen te vatten. Ik merk, bovendien, dat ik ideeën beter kan ontwikkelen als ik aan het schrijven ben.
Aldus na het uitproberen van verschillende technieken voor het verhogen van productiviteit en efficiëntie (waarover in een volgende post meer) nu teruggekeerd naar een gewaardeerde oude hobby, het bloggen. Ik ben er destijds niet geheel bewust mee gestopt (wel met de weblog over Amerika, omdat we terugkwamen, maar niet met die over poëzie en eten). Het gevoel bekroop me hoe langer hoe meer dat ik vooral veel onzin schreef. Maar dat blijkt nu juist de sleutel! Uit de veelheid aan amateuristische nonsens rijst (op den duur) (hopelijk) het meesterschap, of het zit er verdund overal een beetje in zoals de plasticdeeltjes in de oceaan.
Zie hier een uitgebreide apologie (waarom was dat nodig?) voor het beginnen van een nieuwe weblog ter al uwer vermaak. Verwachte onderwerpen: sociale wetenschappen, voornamelijk taalkunde en politiek; levenslessen en ruimtelijke vormgeving. Ik wil ook recensies posten van boeken en artikelen die ik lees (niet alle, want dat is zo ambitieus) en ik ga essays posten die ik voor mijn studie schrijf.
De fout in die redenering is echter dat ik zo veel te veel gewicht aan schrijven verbindt; als alles wat men schrijft verdedigbaar en zinvol moet zijn en de waarheid moet benaderen, zou men nooit wat kunnen schrijven. Het is ook een kwestie van zelfvertrouwen en een realistische kijk op hoeveel grip op hun onderwerp andere (publicerende) schrijvers denken te hebben.
Schrijven over academische onderwerpen is momenteel echter het doel van mijn bestaan; het is waar mijn ouders en de regering me voor financiëren. Quote, gehoord van allebei mijn ouders in verrassende eensgezindheid, over goede cijfers halen: "Het is het enige wat je nu moet". Maar ik lees vooral heel veel, waarvan ik in theorie wel leer maar dat valt moeilijk te beoordelen zonder dat ik ook schrijf; en de ideeën die ik leer waar ik niet over schrijf vergeet ik weer half of ik vind ze later moeilijk samen te vatten. Ik merk, bovendien, dat ik ideeën beter kan ontwikkelen als ik aan het schrijven ben.
Aldus na het uitproberen van verschillende technieken voor het verhogen van productiviteit en efficiëntie (waarover in een volgende post meer) nu teruggekeerd naar een gewaardeerde oude hobby, het bloggen. Ik ben er destijds niet geheel bewust mee gestopt (wel met de weblog over Amerika, omdat we terugkwamen, maar niet met die over poëzie en eten). Het gevoel bekroop me hoe langer hoe meer dat ik vooral veel onzin schreef. Maar dat blijkt nu juist de sleutel! Uit de veelheid aan amateuristische nonsens rijst (op den duur) (hopelijk) het meesterschap, of het zit er verdund overal een beetje in zoals de plasticdeeltjes in de oceaan.
Zie hier een uitgebreide apologie (waarom was dat nodig?) voor het beginnen van een nieuwe weblog ter al uwer vermaak. Verwachte onderwerpen: sociale wetenschappen, voornamelijk taalkunde en politiek; levenslessen en ruimtelijke vormgeving. Ik wil ook recensies posten van boeken en artikelen die ik lees (niet alle, want dat is zo ambitieus) en ik ga essays posten die ik voor mijn studie schrijf.
Subscribe to:
Posts (Atom)






















